Apr 6, 2016

'Flikker op met je kut-rolstoel!' Deel I

Dat het nog weleens wil ontbreken aan bewustwording wanneer het gaat om de gehandicapte medemens, is bekend. De manier waarop ik als rolstoelrijder hier onlangs mee werd geconfronteerd, is op z'n minst verfrissend te noemen.

Vorige week woensdagavond belandde ik kort voor middernacht op het centraal station van Stuttgart. Ik was onderweg voor de opname van een tv interview. Voor het station stond een reeks taxi's. Met zojuist twee korte vluchten en een treinreis achter de rug, besluit ik voor de laatste kilometers naar het hotel, mijzelf een taxi te gunnen.

Met een vermoeide maar vriendelijke blik vraag ik aan de chauffeur van de eerste wagen vooraan in de rij, of hij mij naar de 'Marienplatz' kan brengen. De man, waarvan ik op grond van zijn manier van spreken vermoed dat hij een, zoals ze dat in Duitsland noemen, immigratie-achtergrond heeft, antwoordt: 'Rolstoel gaat niet.'

Het is niet de eerste keer is dat een taxichauffeur mij als rolstoelrijder botweg weigert mee te nemen. Zonder mij over zijn antwoord op te winden, leg ik kort en duidelijk uit dat ik mijn rolstoel heel klein kan maken (de wielen kunnen eraf, de rugleuning naar voren). Op die manier moet het toch mogelijk zijn om mij mee te nemen. Maar de chauffeur, die ik ergens rond de 30 schat, volhardt.
'Niet met rolstoel. Ga maar naar collega met grote auto!'

Ik haal mijn schouders op en besluit mij er niet over op te winden. Het late tijdstip helpt mee. Ik ben moe en wil alleen nog maar naar mijn bed toe.

De collega-met-grote-auto (combi) staat een paar wagens verderop. Als ik aan hem vraag of hij mij naar de 'Marienplatz' wil brengen, vraagt de oudere man met een onvervalst locaal accent waarom zijn andere collega, die vooraan in de rij staat, dit niet doet.
'Hij zegt dat mijn rolstoel niet meekan.', antwoord ik. 'Hoewel ik heb hem verteld dat dat geen probleem is.'
Vervolgens leg ik opnieuw uit, hoe mijn rolstoel in werkelijk de kleinste Mini ter wereld kan worden meegenomen.
Daarna loopt de oudere man voren. Een discussie tussen beide chauffeurs volgt. Ondertussen ben ik erbij komen staan.
'Rolstoel niet mee. Vanochtend ik problemen met rolstoel.', oppert de eerste chauffeur.

Dan vraagt de oudere chauffeur of ik nog een keer aan zijn jongere collega wil uitleggen, hoe hij mijn rolstoel wèl kan meenemen. Hoewel met groeiende ergernis en een ietswat verhoogde hartslag, voldoe ik aan dit verzoek. Maar heb ik net voor de derde keer uitgelegd hoe ik de wielen van de stoel kan halen en de rugleuning naar voren klappen, vraagt de onwillige chauffeur: 'Rolstoel samenklappen?'

Omdat ik ook maar een mens ben - en omdat het een lange dag is geweest - roep ik uit: 'Nee idioot! Ik heb al drie keer gezegd: ik kan de wielen eraf halen en de rugleuning naar voren klappen!'
Als door een adder gebeten doet de chauffeur een stap naar achteren en roept dat hij aggresieve klanten niet meeneemt!
Ik kijk om mij heen. Waarschijnlijk hoop ik dat een van de andere chauffeurs mij te hulp schiet. Maar tevergeefs. Ze staan erbij en kijken ernaar.
Ik roep dat ik het schandalig vind dat niemand mij wil meenemen. Nog steeds zonder enige reactie van de dienstverleners, kondig ik aan, dat ik de politie erbij ga halen. Als ik mij omdraai om opnieuw het stationsgebouw binnen te rijden, op zoek naar de Polizei, hoor ik de chauffeur van de eerste wagen roepen: 'Flikker op met je kut-rolstoel!'

Wordt vervolgd.

Voor deel II, klik hier.