Nov 22, 2016

Suicide voorbij: de vragen die blijven

Op uitnodiging mocht ik afgelopen week vijf avonden achter elkaar mijn verhaal vertellen. Hoe ik ben getroffen door een depressie. Hoe ik een einde aan mijn leven wilde maken. Hoe het nu met mij gaat.

Een bijeenkomst als deze is geen theatervoorstelling. Het publiek komt niet om zich te vermaken. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. Of men lijdt zelf aan een psychische aandoening, of heeft een naaste die met dit probleem vecht. Ook zijn er nabestaanden: mensen die een dierbare hebben verloren aan zelfdoding.

Op een van de avonden komt er vlak voordat ik wil beginnen een mevrouw naar mij toe. Ze heeft een kadootje voor me gekocht. Ook is er een kaart bij, waarop lentebloemen staan. Of ik die kaart alsjeblieft wil lezen voordat ik mijn verhaal begin.

'Mijn dochter heeft haar leven beeindigd toen ze 29 jaar jong was. Als mensen het woord zelfmoord gebruiken, wil ik ze bewust maken van de lading die dat woord voor mij als moeder heeft. Het klinkt vreselijk.
Zo crimineel. Terwijl de daad zo intriest, verdrietig en pijnlijk is. Mijn lijf krimpt ineen, telkens weer als ik dat woord hoor.', lees ik.

Na afloop is er tijd voor vragen. Mensen die hopen een antwoord te vinden, waar ze al zo lang naar op zoek zijn. Ik beken dat ik geen antwoord heb. Enkel heb ik mijn ervaring en die van anderen: door de jaren heen heb ik een groot aantal emails ontvangen.

Er zijn twee mannen naar de voordracht gekomen. Ik schat ze ergens midden 40. Ze hebben hun broer verloren, een jaar of tien terug. 'Ik kan niet echt meer plezier hebben.', zegt de een. 'Vroeger ging ik graag dansen, samen met mijn vrouw. Ik dans nog wel. Maar het is niet meer zoals het was.'

Een jonge vrouw, ergens begin 20, staat op. Als ze spreekt, trilt haar stem. Nog maar kort geleden heeft ze haar beste vriendin verloren.
Ze vraagt of ze me even mag vasthouden. We omarmen elkaar ten overstaan van het publiek dat zwijgt.

Een echtpaar, midden 50. Hun zoon heeft een einde aan zijn leven gemaakt, een paar maanden geleden. Diezelfde dag had hij 's-ochtends nog een afspraak op de sportschool. Hij heeft zelfs nog een nieuwe afspraak gemaakt, voor een paar dagen later. Maar hij moet geweten hebben dat hij die afspraak niet na zou komen.
Want diezelfde middag is hij op de fiets gestapt. Hij heeft meer dan 30 kilometer afgelegd. Na aankomst heeft hij zich verdronken. Achteraf is gebleken dat hij een 25 kilo zware steen bij zich had, achterop de fiets.

De moeder vraagt mij, in tranen: 'Waaraan heeft hij gedacht, al die tijd dat hij op de fiets zat?'

Als de avond voorbij is, geeft iedereen mij een hand om mij te bedanken. Maar waarvoor eigenlijk? Ik heb alleen mijn ervaring gedeeld in de hoop dat het voor anderen iets eenvoudiger wordt, om hun verhaal te vertellen. Of het verdriet te delen. Door erover te spreken.

Vlak voordat ze naar huis gaat, komt de jonge vrouw nog even op mij af. 'Iedereen had mij gewaarschuwd om niet te gaan. Het zou te zwaar zijn. Maar ik ben blij dat ik toch ben gekomen. Ik heb nog veel vragen. Helaas is er geen tijd meer. Maar ik voel me wel beter nu. Veel beter.’