Mar 13, 2019

''Viktor, je bent een lampenkamp! En een vieze profiteur!'' Over reacties nav artikel over treinsuicide.

Afgelopen week terug werd ik benaderd door 'Pro Rail'. Samen met 'De Telegraaf' wilde men aandacht besteden aan trein suïcide. En of ik bereid was om te praten over mijn ervaring: eind 1999 ben ik voor een trein gesprongen. Daarbij heb ik mijn beide benen verloren. Sindsdien zit ik in een rolstoel.

In het interview vertelde ik dat ik nu weet, dat ik toen eigenlijk helemaal geen einde aan mijn leven wilde maken. In plaats daarvan wilde ik een einde aan de problemen maken. Maar door de depressie kon ik het verschil niet langer zien.

Een depressie waarvoor ik al vaker bij de (huis)arts was geweest. Sterker nog: ik was ziek geschreven op de dag dat het gebeurde. Kort ervoor had ik van de bedrijfsarts te horen gekregen, dat hij geen reden zag om mijn ziekteverlof te verlengen. Ondanks dat ik had gezegd, dat ik niet meer kon. Dat ik ècht niet meer verder kon. Maar de arts was een andere mening toegedaan: ik was jong en fit. Werken zou mij goed doen.

Ook stond ik op een wachtlijst bij een psychologisch instituut.

Een paar dagen nadat ik mijn benen was verloren, kreeg ik in het ziekenhuis een telefoontje van diezelfde bedrijfsarts: ‚Mijnheer Staudt, wat heb ik nou toch gehoord?‘

En nee: ik was hé-lé-máál niet blij dat ik de poging had overleefd. Hoe kon ik ook? Je wilt dood en dan word je wakker, zonder benen! 

Maar heb ik dan niet aan de machinist gedacht? Nee! Of aan al die passagiers? Ook niet. Is trein suïcide niet vreselijk egoistisch? Dat is het zeker!! Tegelijkertijd durf ik te beweren, dat wanneer je nog aan de machinist kunt denken – je realiseert: ‚Daarboven zit iemand!‘ - dan kun je die stap niet maken. Want op dat moment is er nog een ‚verbinding‘ tussen jou en de wereld om je heen. Je herkent ‚leven‘. Een zware depressie laat die verbinding verdwijnen.

Dit is allemaal geen rechtvaardiging. Hooguit een verklaring waarom mensen hiertoe in staat zijn. Want ik ben natuurlijk niet de enige! En ook niet de enige die zwaar gehavend onder de trein vandaan komt. Maar ik ben wel een van de weinigen, die erover praat. In de hoop dat het daardoor voor anderen iets makkelijker wordt om over hun (psychische) problemen te praten. En op zoek te gaan naar hulp.

Want erover praten is niet makkelijk. Het ontbreekt in onze samenleving behoorlijk aan kennis omtrent psychische aandoeningen. Dat bewijzen de reacties die ik kreeg nav het interview in de krant.

''Springen zit er nou niet meer in''

''Scheelt weer nagels knippen''

''En die heeft nu een aangepaste woning, op onze kosten ...vieze profiteur..''

''Wat een lampenkap!''

''Boeiend!!!!!! Had hij eerder over na moeten denken. weer een machinist met onnodige trauma’s nu huillie huillie doen''

''Je staat nu bij een muur (foto bij artikel is gemaakt voor een muur, red.). Wordt dit poging twee? Heel hard met je rolstoel daar tegen aan rijden. Succes er mee.''

''Nou moeten we medelijden hebben? Kost de maatschappij genoeg, en dan de trauma 's wat hij andere aangedaan heeft.''

Medelijden vraag ik niet. Ik vraag nog niet eens om begrip. Hooguit om aandacht voor psychische aandoeningen – en de gevolgen die deze kunnen hebben, als er geen hulp wordt geboden of gevonden.

Natuurlijk zijn er ook meer positieve reacties: lezers die wel degelijk begrijpen dat je niet ‚zomaar‘ een einde aan je leven tracht te maken.

Opvallend: bij bijna alle positieve reacties blijkt dat het gaat om iemand die ervaring heeft met psychische aandoeningen. Of als direct betroffenen, of als vriend of familielid van iemand die betroffen is, of een einde aan het leven heeft gemaakt.

Dat zou weer betekenen dat bij al die negatieve reacties er sprake is van een gebrek aan bewustwording. Een kwestie van onwetendheid.

Of zoals de reactie van Johan Houben: ''Het gekke is dat ik ooit ook zo dacht. Onwetend! Nadat ik het van dichtbij heb meegemaakt schaam ik mij enorm voor deze gedachtegang.''

Conclusie: ondanks alles (ik ben ook maar een mens!) is het denk ik zinvol geweest, om dit interview te doen. Want misschien zijn er meer mensen die net als Johan zich realiseren, dat er bij suïcide meer aan de hand is dan een 'egoïst, die niet aan anderen denkt'.

Om suïcide te voorkomen - want dat is toch waar we heenwillen - moeten we praten over psychische problemen. Zonder gene. Zonder schaamte. En zonder te worden uitgemaakt voor aansteller of aandachttrekker.

Want alleen door over je problemen te praten, kun je een oplossing vinden.