Mar 3, 2018

Maar waarom heb je niet aan de noodrem getrokken?!

Eind vorig jaar ben ik vanaf Utrecht via Den Haag, naar Rijswijk gegaan. Met de trein. Het was op 21 december. Ik weet het nog precies. Ik was nl. onderweg vanwege de crematie van mijn tante. Maar dat is niet de enige reden waarom ik deze reis niet meer zal vergeten.

Vooraf had ik mij bij de NS-dienst 'assistentie' aangemeld. Dat houdt in dat je aangeeft met welke trein je meewilt. Op dat moment wordt er hulp bij het in- en uitstappen georganiseerd. In de praktijk betekent dit: zowel bij vertrek, als ook bij aankomst staat er iemand op het perron klaar om te assisteren, al of niet met behulp van een speciaal hiervoor ontwikkeld ‘vorkheftruckje’. Of bijvoorbeeld door het neerleggen van een uitklapblare rij-plank.

Die assistentie wordt verleend door of iemand van NS zelf, of wordt uitbesteed aan een lokale taxidienst.

Hoe dan ook: zonder hulp kom ik de trein echt niet in, of uit. Hoewel...

Toen ik na een probleemloze overstap op Den Haag CS aankwam in Rijswijk, stond er niemand op het perron om mij te helpen. Natuurlijk: er zijn altijd wel passagiers die vragen of ze je kunnen ondersteunen. Maar hoewel ik de goede bedoeling zeer waardeer: ik heb echt professionele hulp nodig. Zonder liftje of plankje gaat het nu eenmaal niet.

Overigens is het als rolstoelrijder onderweg zijn met de Nederlandse treinen geen feest. Zelden kun je plaats nemen in de coupé. In de meeste gevallen moet je op het zogeheten balkon blijven staan, uh... zitten. En vergeet niet je goed vast te houden, als de trein door een bocht rijdt! In Duitsland en Italie bijvoorbeeld, kun je in alle IC en hogesnelheidstreinen - en in vrijwel alle regionale treinen - in de coupé zitten.

Terug naar Rijswijk: voorzichtig tot aan de rand gereden, vlak bij het trapje, stak ik mijn hoofd om de hoek van de deur. Hoopvol keek ik eerst naar rechts. En toen naar links. En toen weer naar rechts. Niets te bekennen wat ook meer leek op assistentie. Maar over een uurtje zou wel mijn tante worden gecremeerd! Dus ik kon het mij niet permitteren om door te rijden tot een volgend station, afgezien van het feit dat het maar de vraag was, of ik daar dan wel zou kunnen uitstappen.

En zo deed ik wat elk mens zou doen om de crematie van een geliefd familielid niet te missen: ik zette mijzelf op de vloer van het balkon en klauterde, niet zonder gevaar, over de traptreden van de trein, tot op het perron.
Kort ervoor had ik een mede passagier aangesproken.
‘Ik moet er hier uit. En er is niemand om mij te helpen. Kunt u mijn rolstoel achter mij aandragen?’
Ik herinner me dat de jongeman mij niet begrijpend aankeek.
Hoezo, de rolstoel achter mij aandragen? 
Zoiets moet hij hebben gedacht.
Maar al snel werd duidelijk wat ik bedoelde, toen hij mij uit de trein zag kruipen.
Hij zette de rolstoel naast mij en behendig als een aapje, klom ik vanaf de koude perronvloer, terug in mijn stoel.
De jongeman gaf ik een hand en bedankte hem voor zijn hulp.
Daarna reed ik over het perron naar de lift. En die deed het gelukkig!

Vanzelfsprekend heb ik later die middag contact opgenomen met NS-assistentie, om te vragen wat er nou was gebeurd. Of beter gezegd: waarom er niets was gebeurd, bij aankomst in Rijswijk. Mij werd verteld dat de opdracht om mij uit de trein te halen, wel was doorgegeven. Maar hoe het kwam dat er toch niemand stond bij aankomst; daarop moest men het antwoord schuldig blijven.

Na de plechtigheid moest ik weer terug vanaf Rijswijk via Den Haag CS en Utrecht CS, naar Zevenaar. Bij aankomst op het station stond dit keer wèl iemand op mij te wachten. Uiteraard bracht ik het voorval van eerder die middag, kort ter sprake.

‘Heel gek.’, antwoordde de niet onvriendelijke taxi-chauffeur van middelbare leeftijd.
‘Anders werkt het altijd wel. Kijk maar. Zo meteen komt er een jongen aan, in een rolstoel. Die komt van school. En die halen wij hier elke dag uit de trein.’
Kort erop mocht ik er getuige van zijn hoe een jongenman in een elektrische rolstoel, goed en wel uit de trein werd geholpen. Daarna was ik aan de beurt, om terug naar Den Haag te gaan. Het instappen verliep zonder problemen. Net als het uitstappen op Den Haag CS. Maar de avond was nog jong.

Want eenmaal aangekomen in Den Haag, bleek dat er een stroomstoring was, waardoor er geen treinen tussen Den Haag en Utrecht reden. En om mijn eindbestemming (Zevenaar) te bereiken, moest ik toch echt via Utrecht. Nou ja, er was nog een alternatief reisadvies: via Amsterdam-Zuid. Weliswaar zou ik een stuk langer onderweg zijn. Maar ik moest nu eenmaal naar Zevenaar. En wel nog diezelfde avond.

Ik probeerde er nog een taxi uit te slepen (‘Vanmiddag ging het ook al mis in Rijswijk!’), maar de absoluut vriendelijke dames van NS moesten streng zijn. Er was geen reden om mij in een taxi naar mijn eindbestemming te zetten.
Nog niet, naar later zou blijken.

Opnieuw ingestapt in Den Haag CS, kwam de trein korte tijd later aan in Amsterdam-Zuid. Nadat ik ook hier mijn hoofd voorzichtig uit de trein had gestoken om te zien of er iemand was, zag ik een man in NS uniform naar mij zwaaien. Naast hem stond een mij bekend ‘heftruck-liftje’ wat nodig is om mij uit de IC te helpen. Alleen: de man stond op het verkeerde perron. Op dat moment sloten de deuren zich en reed de trein verder. Nog net kon ik zien hoe de man die mij had moeten helpen, zijn schouders ophaalde. Daarna verdween hij uit mijn blikveld. Want de trein reed verder, naar... Ja, waar naartoe eigenlijk? Probeer dan maar eens de NS-assistentie te bereiken, via je mobiele telefoon!

Na ruim twintig minuten in de wacht te hangen, kwam op dat moment een conducteur langs.
‘Plaatsbewijzen alstublieft!’
Helemaal opgelucht dat er tenminste iemand van NS zichtbaar werd, sprak ik de man direct aan.
‘Ik heb een probleem!’, riep ik.
‘Ah, meneer heeft een probleem.’, antwoordde de conducteur.
Het cynisme in zijn stem ontging mij niet. Maar ik had simpelweg geen tijd om hier verder aandacht aan te besteden.
‘Ja, inderdaad.’, vervolgde ik. ‘Een probleem. Want ik had er uitgemoeten op Amsterdam Zuid. En daar stond wel iemand om mij te helpen. Maar die stond op het verkeerde perron!’
De conducteur keek al iets minder cynisch, toen hij opmerkte: ‘Maar er is helemaal geen assistentie aangevraagd op deze lijn.’

Zo kort en bondig mogelijk, legde ik hem uit wat er was gebeurd. Stroomstoring, omleiding via Amsterdam Zuid, aanvraag gelopen via Den Haag CS. En natuurlijk liet ik niet achterwege te vermelden, dat ik die eerder die middag ook al de trein uit had moeten klauteren, omdat er niemand was geweest om mij te helpen.
De conducteur keek mij aan, schudde bedenkelijk zijn grijze hoofd en vroeg: ‘Maar waarom heb je dan niet aan de noodrem getrokken?!’
De noodrem?
‘Ja, daar is die noodrem voor!’, riep hij uit.
Ik moest bekennen dat ik er wel even aan had gedacht: dit was natuurlijk de kans van mijn leven geweest, om een keer aan de noodrem te trekken! Maar toch: er was geen sprake van levensgevaar.
‘Als er sprake is van levensgevaar, is het meestal al te laat.’, reageerde de conducteur doodleuk.
Daarna nam hij contact op met zijn collega’s. Toen hem eenmaal alles duidelijk was, kwam hij bij mij terug.
‘Vriend, het volgende station is Almere. En wij blijven net zo lang staan in Almere, totdat jij uit de trein bent geholpen. Al duurt het de hele nacht!’

Bij aankomst in in Almere bleek ook daar - hoewel toegezegd - geen hulp te zijn georganiseerd. En omdat ik de rest van de passagiers niet al te lang te wilde laten wachten (zoiets heb ik al op mijn geweten, maar daarover een andere keer!), deed ik gewoon nog een ‘Rijswijkje’: uit de trein klauteren. Ditmaal was het de conducteur die mijn rolstoel naast mij neerzette. Tegelijk overlaadde de man mij met excuses.
‘Ik weet dat het niet uw schuld is.’, zei ik. ‘U heeft alles gedaan, wat u kon doen. Dat kan ik erg waarderen.’
Daarna gaven we elkaar een hand.
‘En de NS assistentie belt je om een taxi voor je te regelen.’, bevestigde de conducteur nogmaals.
‘Weet u dat zeker?’, vroeg ik lachend.
De man knikte. Hij wist het zeker. Ik hoefde alleen maar op het telefoontje te wachten.
Inmiddels was het ergens rond 21.00 uur.

Almere is, wat zal ik zeggen, niet het meest aantrekkelijke station. En al helemaal niet om 21:00 uur ’s-avonds. Na een klein half uurtje te hebben gewacht, heb ik opnieuw zelf met NS-assistentie contact opgenomen. Het goede nieuws: ze wisten ervan, van mijn reisavonturen. En een taxi zou worden geregeld. Het kon alleen nog wel even duren.

Korte tijd later zag ik een politieagent lopen.
Ik sprak hem aan en vroeg of er nog iemand van de NS aanwezig was.
Hij schudde zijn hoofd.
Ik legde uit wat het probleem was.
‘Als je wilt, kun je bij ons wel een bak koffie krijgen.’, stelde de vriendelijke agent voor.
En zo landde ik die avond in het door een kerstboom verlichtte kantoortje van de politie op station Almere. Ik vermoed dat er een stuk of zes, zeven agenten aanwezig waren. En er was ook koffie. En thee. En er liep een televisie. En het toilet was groot genoeg, zodat ik er ook nog even gebruik van kon maken.

Uiteindelijk arriveerde om kort na 22:00 uur de taxi. De chauffeur belde mij om te zeggen dat hij voor het station stond.

Toen ik mijn jas aantrok en bedankte voor de vriendelijke ontvangst, zei de agent die mij eerder die avond koffie had aangeboden, dat hij wel even met mij mee zou lopen.
‘Die hoek waar de taxi’s staan, is ’s-avonds niet de meest prettige hoek.’

De rit duurde ruim anderhalf uur. Onderweg was het gezellig. De taxichauffeur was een jonge man. Onderweg vertelde hij mij uitgebreid over de problemen met zijn vriendin. Ik luisterde en probeerde wat advies te geven.

Dat is geloof ik wel een beetje mijn rol in dit leven: begrip tonen voor de situatie en kijken, hoe we er het beste van kunnen maken. Of het nu gaat over relatieproblemen, depressie's of uit een trein komen. Ach, een mens moet flexibel zijn.

UPDATE 13 april: NS heeft mij gecontacteerd en 'Sorry!' gezegd voor wat er die dag is gebeurd. Ook hebben we gesproken over wat er eventueel verbeterd kan worden, aan de toegankelijkheid van de trein. Tenslotte heb ik twee dagkaarten gekregen.

Sep 28, 2017

Euthanasiepoeder kan levens redden

Coöperatie 'Laatste Wil' kan levens redden. Want het beschikbaar stellen van een middel waarmee een einde aan het leven kan worden gemaakt, zal leiden tot minder suicides.

Dat geldt met name voor de groep mensen die gebukt gaat onder een depressie, persoonlijksheidsstoornis, angststoornis e.d. en overweegt om tot levensbeëindiging over te gaan. Want al jarenlang bericht met name de Zwitserse 'hulp-bij-zelfdoding' organisatie 'Dignitas', dat meer dan 90% van de mensen die lijden aan een depressie en zich aanmelden om deze hulp te verkrijgen, hier uiteindelijk geen gebruik van maakt.

Dat komt omdat het ter beschikking hebben van een zogenaamde 'zachte methode' om uit het leven te kunnen stappen, een enorme opluchting kan betekenen. Stel je voor: je lijdt aan een aandoening waardoor je nauwelijks nog kunt funktioneren. Tegelijkertijd kan niemand zeggen, of het ooit beter zal worden. Het liefst wil je vandaag nog uit die hel stappen. Aan de andere kant stel je jezelf de vraag of het zinvol is, om eventueel voor de zoveelste keer, toch nog een keer op zoek te gaan naar hulp (therapie, medicijn). Maar om die stap te zetten, ontbreekt het je simpelweg aan kracht. Want al je energie wordt opgeslokt door de druk die wordt veroorzaakt door het gevoel niet te kunnen ontsnappen.

Het idee gevangen te zijn in je eigen leven wordt weggenomen, op het moment dat je een middel binnen handbereik hebt, waarmee je hieraan een einde kunt maken. Doordat die druk wegvalt, krijg je de energie om te kijken naar het alternatief: opnieuw op zoek naar hulp. Niet zelden leidt dit alsnog tot een verbetering van de situatie. Met als gevolg dat de suicide gedachten afnemen.

Natuurlijk zal altijd het risico bestaan dat mensen die later eventueel gered hadden kunnen worden, nu overlijden door zelfdoding. Maar dat risico bestaat al langer: elke keer wanneer bijvoorbeeld de NS meldt dat er een 'aanrijding met een persoon' heeft plaatsgevonden, met alle gevolgen vandien.

Nieuw is het risico dat optreedt door het verbieden van het middel van 'Laatste Wil', of door het verbinden van voorwaarden aan het kunnen verkrijgen van dit middel (bijvoorbeeld een 'OK' van een psychiater – of nog erger: van twee psychiaters, die het eerst nog met elkaar eens moeten worden!). Of zoals Gert van Dijk (ethicus) schrijft: 'Maar ik denk dat die beperkte toegang de prijs is die autonome mensen moeten betalen om hun niet zo autonome medeburgers te beschermen.' Dat mag dus nooit het geval zijn.

Mensen die ernstig lijden maar nu gedwongen worden om verder te leven, zonder enige zekerheid dat het beter zal worden. Dat is immoreel. Oftewel: het risico van onjuist gebruik van een 'zachte methode' mag nooit opwegen tegen de vrijheid die een mens heeft, om naar eigen inzien over zijn eigen leven te beschikken.

Aug 29, 2017

Rape is only uncomfortable at the beginning. Once the **** is inside, the woman will become calm.

Sometimes a newsitem needs to be read at least twice, before you can even start to believe it. It’s that shocking. Like this one.

Italy, Rimini, one of the most popular cities along the adriatic coast. During the early hours on Saturday August 26., two young tourists from Poland are taking a stroll along the beach. Suddenly they get surrounded by 4 young men, originating from Northern Africa. The men first attack the male tourist in a most violent way. Only seconds later they force him to watch while they rape the girl.

Like taken from a horror movie: as the young tourists try to find their way back to the hotel, they encounter a prostitute who is working the street along the beach. They beg her to help them. The woman later reports: ‘I thought I had seen it all, working during the night here at the coastline. But this was the worst by far: both looked like they were beaten to death. Covered in blood, faces swollen. He was only wearing his underwear and she was wearing his clothes*. I immediately called the police.’

*As it turned out, the guy had offered his clothes to his female friend, so she would not have to cross the streets, naked.

Of course, this is on the news constantly, here in Italy. And with the social media, people can comment, as did a certain Abid Jee (24) a law student from Bologna (about an hour by train from Rimini). Abid is also working at a cultural integration institute. He is helping foreigners to settle in Italy/Europe. His comment to the horrible event: ‘Rape is uncomfortable at the beginning. But once the dick is inside, the woman will relax and enjoy the sexual experience as if it was voluntarily.’

And that is not all.
Because of the flood of negative reactions to this comment, Abid Jee adds: ‚They always accuse the immigrants.‘ So far nobody knows what he meant by that. What we do know: he has been suspended by his employer.


The 4 north africans have been arrested. On the same night they attacked another person. This attack got filmed by security cameras.

http://www.ilgiornale.it/sites/default/files/styles/content_foto_node/public/foto/2017/08/28/1503905387-1503901420915.jpg-turista-stuprata-spiaggia-mediatore-culturale-donne.jpg

Verkrachting: als de piemel er eenmaal inzit, wordt de vrouw rustig.

Sommige berichten zijn zo shockerend, dat je ze minstens twee keer moet lezen, voordat je überhaupt begrijpt wat er staat. Een voorbeeld.

Rimini, in de nacht van 25 op 26 augustus jl. Een jong toeristenstel uit Polen (rond de 25 jaar), maakt een wandeling langs het strand. Ze worden overvallen door naar later zal blijken, vier Noordafrikaanse jongemannen (inmiddels is gebleken, dat de verdachten uit Algerije en Tunesie komen). Eerst slaan ze hem kort bewusteloos en daarna dwingen ze hem toe te kijken, hoe ze zijn vriendin verkrachten.

Als in een horror...film: na deze gruwelijke gebeurtenis gaat het stel terug naar het hotel. Beroofd van alles, smeken ze een prostituee die op dat moment langs de promenade staat, om hulp. Later zegt deze vrouw tegen de krant: 'Ik heb hier al heel wat gezien, laat in de nacht, aan het strand in Rimini. Maar dit is wel het ergste wat ik ooit heb meegemaakt. Allebei helemaal in elkaar geslagen, met bebloede en opgezwollen gezichten. Hij alleen gekleed in zijn onderbroek, zij in mannenkleding*. Ik heb meteen de politie en de ambulance gebeld.'

*Later blijkt dat de jongen zijn kleding aan zijn vriendin heeft gegeven, opdat zij niet naakt over straat zou moeten.

Uiteraard komt dit groot in het nieuws. En zoals gebruikelijk kan men erop reagieren (in kranten, op Facebook enz.). Dan schrijft ene Abid Jee, een 24 jarige rechtenstudent uit Bologna en integratie-begeleider voor vluchtelingen/immigranten: 'Een verkrachting is in het begin erg. Maar als de piemel eenmaal in de vrouw is, wordt de vrouw rustig en kan ze van de seks genieten, net als wanneer het vrijwillig gebeurt.'

Overspoeld door reactie's, voegt hij er even later aan toe: 'Altijd krijgen de immigranten de schuld.' Hoe hij dit heeft bedoeld, weten we niet. Zijn arbeidgever heeft hem op non-aktief gesteld.

De daders zijn inmiddels opgepakt. Diezelfde nacht hadden ze nog een transseksuel aangerand. Hier waren duidelijke beelden van beschikbaar (bewakingscamera).

Nov 22, 2016

Suicide voorbij: de vragen die blijven

Op uitnodiging mocht ik afgelopen week vijf avonden achter elkaar mijn verhaal vertellen. Hoe ik ben getroffen door een depressie. Hoe ik een einde aan mijn leven wilde maken. Hoe het nu met mij gaat.

Een bijeenkomst als deze is geen theatervoorstelling. Het publiek komt niet om zich te vermaken. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. Of men lijdt zelf aan een psychische aandoening, of heeft een naaste die met dit probleem vecht. Ook zijn er nabestaanden: mensen die een dierbare hebben verloren aan zelfdoding.

Op een van de avonden komt er vlak voordat ik wil beginnen een mevrouw naar mij toe. Ze heeft een kadootje voor me gekocht. Ook is er een kaart bij, waarop lentebloemen staan. Of ik die kaart alsjeblieft wil lezen voordat ik mijn verhaal begin.

'Mijn dochter heeft haar leven beeindigd toen ze 29 jaar jong was. Als mensen het woord zelfmoord gebruiken, wil ik ze bewust maken van de lading die dat woord voor mij als moeder heeft. Het klinkt vreselijk.
Zo crimineel. Terwijl de daad zo intriest, verdrietig en pijnlijk is. Mijn lijf krimpt ineen, telkens weer als ik dat woord hoor.', lees ik.

Na afloop is er tijd voor vragen. Mensen die hopen een antwoord te vinden, waar ze al zo lang naar op zoek zijn. Ik beken dat ik geen antwoord heb. Enkel heb ik mijn ervaring en die van anderen: door de jaren heen heb ik een groot aantal emails ontvangen.

Er zijn twee mannen naar de voordracht gekomen. Ik schat ze ergens midden 40. Ze hebben hun broer verloren, een jaar of tien terug. 'Ik kan niet echt meer plezier hebben.', zegt de een. 'Vroeger ging ik graag dansen, samen met mijn vrouw. Ik dans nog wel. Maar het is niet meer zoals het was.'

Een jonge vrouw, ergens begin 20, staat op. Als ze spreekt, trilt haar stem. Nog maar kort geleden heeft ze haar beste vriendin verloren.
Ze vraagt of ze me even mag vasthouden. We omarmen elkaar ten overstaan van het publiek dat zwijgt.

Een echtpaar, midden 50. Hun zoon heeft een einde aan zijn leven gemaakt, een paar maanden geleden. Diezelfde dag had hij 's-ochtends nog een afspraak op de sportschool. Hij heeft zelfs nog een nieuwe afspraak gemaakt, voor een paar dagen later. Maar hij moet geweten hebben dat hij die afspraak niet na zou komen.
Want diezelfde middag is hij op de fiets gestapt. Hij heeft meer dan 30 kilometer afgelegd. Na aankomst heeft hij zich verdronken. Achteraf is gebleken dat hij een 25 kilo zware steen bij zich had, achterop de fiets.

De moeder vraagt mij, in tranen: 'Waaraan heeft hij gedacht, al die tijd dat hij op de fiets zat?'

Als de avond voorbij is, geeft iedereen mij een hand om mij te bedanken. Maar waarvoor eigenlijk? Ik heb alleen mijn ervaring gedeeld in de hoop dat het voor anderen iets eenvoudiger wordt, om hun verhaal te vertellen. Of het verdriet te delen. Door erover te spreken.

Vlak voordat ze naar huis gaat, komt de jonge vrouw nog even op mij af. 'Iedereen had mij gewaarschuwd om niet te gaan. Het zou te zwaar zijn. Maar ik ben blij dat ik toch ben gekomen. Ik heb nog veel vragen. Helaas is er geen tijd meer. Maar ik voel me wel beter nu. Veel beter.’

Nov 9, 2016

Zelfmoord, zelfdoding of suïcide. Wat is de juiste term?

Regelmatig wordt mij gevraagd waarom ik tijdens mijn voordracht spreek over 'zelfmoord'. Moord is immers een strafbaar feit. Een misdaad. Dat zou betekenen dat iemand die 'zelfmoord pleegt', een moordenaar is. Een misdadiger.

De ervaring heeft geleerd dat met name nabestaanden zich uitermate kunnen storen aan het gebruik van deze term. Het gebeurt zelfs dat mij ronduit wordt verweten, dat ik mensen kwets (!), telkens als ik deze term gebruik. En dat bij herhaaldelijk 'kwetsen', er zelfs een zekere opzet in het spel zou zijn.

Naar ik heb begrepen, bestaat er onder nabestaanden een voorkeur voor de term 'zelfdoding'. Dat zou minder 'zwaar' zijn. En dat terwijl iemand doden, volgens mij ook een misdaad is.

De betekenis van beide termen heb ik opgezocht in 'Van Dale'.

Zelfmoord: het benemen van het eigen leven.
Zelfdoding: zelfmoord.




Als ik naar de emotionele lading van deze begrippen kijk, kan ik me heus wel voorstellen dat juist nabestaanden niet graag willen worden geconfronteerd met de term 'moord', als het om het verlies van een dierbare gaat. Tegelijkertijd is het zo dat 'moord' in de term 'zelf-moord' een andere betekenis heeft, dan wanneer het zelfstandig wordt gebruikt. Een verschijnsel wat vaker voorkomt in een taal.

Mijn voordracht heeft ten doel het bespreekbaar maken van het lijden aan o.a. depressies en het hebben van zelfmoord-, zelfdoding- of suïcidale gedachten. Het idee is dat hierdoor een weg kan worden gevonden om een oplossing te vinden. Natuurlijk geldt dat in eerste plaats voor de betroffene(n) zelf.

Daarnaast hoop ik door het delen van mijn ervaring inzicht te kunnen geven in wat er omgaat in iemand, die overweegt een einde aan zijn leven te maken. Op die manier hoop ik omstanders (familie, vrienden, collega's) een hou-vast te kunnen bieden: wat te doen als iemand in je omgeving is getroffen door bijv. een depressie, of een angststoornis.

Nabestaanden zijn mensen die op zoek zijn naar antwoorden. Niet zelden vertwijfeld of zelfs wanhopig van verdriet, op zoek naar een reden 'waarom'. Laat ik duidelijk zijn: ik heb geen antwoord op die vraag. Ik kan alleen vertellen wat er destijds met mij is gebeurd. Ook hoe het anderen is vergaan, gebaseerd op de reacties die ik sinds het verschijnen van mijn boek heb ontvangen. En misschien dat daar een woord tussenzit, of een gevoel, of een beschrijving van een gebeurtenis, wat een klein beetje kan helpen bij het zoeken naar antwoorden.

Nooit zou ik iemand die de moeite neemt om naar mijn verhaal te luisteren, willen kwetsen. Natuurlijk wil ik graag rekening houden met degene die ik op dat moment tegenover mij heb. Ik kan alleen maar om begrip vragen, als ik het de ene keer gaat over zelfdoding en de andere keer over zelfmoord. Voor mij zijn het nl. twee identieke termen, net als in het woordenboek staat.

Ik bedoel er niets kwaads mee.



Lezingen binnenkort:

Maandag 14.11 Yarden Doetinchem, Nutselaer 4

Dinsdag 15.11 Yarden Epe, Stationsstraat 29

Woensdag 16.11 Yarden Ede, Slingerboslaan 15

Donderdag 17.11 Yarden Beuningen, Schoenaker 12

Vrijdag 18.11 Yarden Diepenveen, Raalterweg 27-29

Toegang gratis. Voor meer info: https://www.yarden.nl/vereniging/agenda.htm

Aug 25, 2016

Uitzending over suïcide, 'Hollandse Zaken' van 24 augustus jl.

In de uitzending van 'Hollandse Zaken' van afgelopen woensdag, ging het over het toenemend aantal gevallen van suïcidepogingen in Nederland. Tijdens de discussie werd vaker een directe verbinding gelegd tussen een gebrek aan 'gelukkig en vrolijk zijn' enerzijds, en het overwegen om een einde aan je leven te maken anderzijds. Dit is onjuist. Mijn mening baseer ik niet alleen op mijn eigen ervaring (in 1999 deed ik een suïcidepoging waarbij ik beide benen ben verloren), maar met name op de talloze reactie's n.a.v. het publiceren van mijn boek 'Het verhaal van mijn zelfmoord' (Nieuw Amsterdam uitgevers, 2012).

Mensen die bijvoorbeeld een gebroken been hebben of aan een zware griep lijden, zullen niet uitgesproken gelukkig zijn. Toch overwegen ze veelal geen suïcide. Waarom niet? Omdat ze weten dat het gebroken been of de zware griep zullen genezen. De kans dat een aktueel problematische situatie uiteindelijk goed zal aflopen, is groot. Dit gegeven weerhoudt hen ervan om een einde aan hun leven te maken. De Oostenrijkse neuroloog Frankl heeft hierover interessante boeken geschreven.

Zij die wèl suïcide overwegen doen dit, omdat ze gevoelens van eenzaamheid en wanhoop ervaren. Die gevoelens ontstaan omdat het vermoeden rijst, dat de psychische aandoening waaraan men lijdt (depressie, angsttoestanden, psychose e.d.), of tenminste de gevolgen hiervan op het dagelijks funktioneren, nooit meer over zullen gaan. Bijvoorbeeld omdat een therapie zonder succes is gebleken. Of omdat de voorgeschreven medicatie niet helpt. Op dat moment is de stellige overtuiging: 'Het komt nooit meer goed!' Dit in tegenstelling tot een gebroken been of zware griep.

Het bewijs: verreweg de meeste mensen die een suïcide-poging doen, zijn vooraf wel degelijk op zoek geweest naar hulp, om van het psychische probleem af te komen. Daarna pas moet er dus iets zijn misgegaan. Wellicht tijdens verdere begeleiding van de patiënten.

Goede begeleiding nl. kan ervoor zorgen, dat deze gevoelens van eenzaamheid en wanhoop worden weggenomen. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid alsnog hulp aan te nemen. Gevolg is dat de drang naar suïcide minder wordt.

Conclusie: 'niet ziek zijn' (depressie, psychose e.d.) en 'gelukkig zijn', zijn twee verschillende dingen. Ook voor omstanders van betroffenen is het belangrijk om dit verschil goed voor ogen te houden. Zoals de moeder die in de uitzending sprak over de suïcide van haar zoon. Bij herhaling verwarde zij zijn schijnbaar gelukkige bestaan, ondersteund door foto's van een lachende jongeman, met de wanhoop die klonk uit de woorden in zijn afscheidsbrief.

Als mij zou zijn gevraagd om iets te zeggen tegen kijkers die zelfmoord overwegen, had ik geantwoord: 'Je denkt dat je alleen staat met je probleem. En de wanhoop die je voelt, is begrijpelijk. Maar je staat niet alleen. Breek door die eenzaamheid heen. Pak je telefoon of je computer en bel of schrijf ons (bijv. 113online).'

May 21, 2016

Suïcide preventie en de terreur van het Werther effect

‘Onze vrijwilligers hebben in 2015 ruim 257.000 anonieme #gesprekken gevoerd, de meeste over #eenzaamheid’, aldus een tweet van Stichting ‘Sensoor’ op 20 mei jl. In het ergste geval leidt diezelfde eenzaamheid tot een zelfmoordpoging. Ligt daar de sleutel tot succesvolle suïcide preventie?

In 1999 ben ik voor de trein gesprongen. Toen ik wakker werd in het ziekenhuis, waren mijn beide benen geamputeerd. Ruim tien jaar later heb ik hierover een boek geschreven. Sindsdien geef ik lezingen en voordrachten, in binnen- en buitenland. Hierbij vertel ik over een tweede probleem wat zich in veel gevallen voordoet bij mensen die lijden aan een psychisch aandoening: eenzaamheid.

In eerste instantie gaat het hierbij om het niet begrepen worden door de omgeving. ‘Het komt allemaal wel weer goed.’, als oplossing voor een depressie. Of: ‘Maak je niet zo druk.’ als tip tegen een angst- of paniekstoornis. En wanneer na enige tijd blijkt dat deze raad niet het gewenste effect heeft, dan zal het toch wel aan de patiënt zelf liggen. Die moet maar gewoon meer zijn best doen, om over zijn zogenaamde probleem heen te komen. De betroffene blijft achter met een schuldgevoel, niet zelden gevolgd door wanhoop.

Uiteindelijk is het deze wanhoop die ertoe leidt, dat iemand besluit om een einde aan zijn leven te maken. Niet het feitelijke, psychische probleem. Een simpel bewijs hiervoor is dat achteraf veelal blijkt dat de persoon in kwestie voorafgaand aan de suïcidepoging wel degelijk eerst op zoek is gegaan naar hulp. De combinatie van de psychische aandoening samen met de schaamte leidt ertoe dat de scheiding tussen het maken van een einde aan de problemen enerzijds, en aan het leven in zijn geheel anderzijds, vertroebeld.

Op grond van de op deze manier verzamelde ervaring ben ik van mening, dat de preventie moet beginnen op de middelbare school. Veel problemen die uiteindelijk kunnen leiden tot een suïcidepoging, steken in die levensfase voor het eerst de kop op. Maar ook bij afwezigheid van acuut psychisch lijden, kan het bespreekbaar maken ervan op die leeftijd een suïcidepoging in een later stadium voorkomen.

In Nederland – in tegenstelling tot bijvoorbeeld Italië en Oostenrijk – staan scholen hier veelal afwijzend tegenover. De reden is de angst voor het zogeheten ‘Werther effect’: door te praten over suïcide zou dit op korte termijn tot een toename van het aantal zelfmoorden voeren. Het is jammer dat het ‘Papageno effect’ schijnbaar minder overtuigt. Want wel degelijk is gebleken dat het praten over alternatieven voor het plegen van suïcide (therapie, medicijnen) een afname van het aantal zelfmoorden laat zien. Oftewel: tijdens het gesprek met scholieren dient het overwinnen van de psychische problemen centraal te staan.

Durven te praten over psychische problemen is de eerste stap naar het vinden van een oplossing. Om dit te praten te vergemakkelijken, zijn in Oostenrijk behalve op scholen ook in een aantal ziekenhuizen ervaringsdeskundigen aangesteld. Ze fungeren als een soort brug tussen de patiënt en de arts, die uiteindelijk een diagnose en therapie zal moeten vaststellen.

Hier in Italië is het percentage zelfmoorden bijna de helft lager dan in Nederland. Regelmatig word ik uitgenodigd op een middelbare school. Inmiddels heb ik een paar honderd leerlingen in de leeftijd tussen 16 en 18 jaar voor mij gehad. Er is geen enkele melding binnengekomen van een suïcide onder deze groep. De geslaagde zelfmoord die onlangs plaatsvond op een school waar ik ben geweest, was gepleegd door een leerling die een maand daarvoor van school is gegaan. De directrice van de school, die mij hierover berichtte, schreef dat ze het jammer vond, dat hij niet de kans had gekregen om bij de lezing aanwezig te zijn.

May 17, 2016

Ik ben verslaafd aan porno! Deel II

Naar aanleiding van mijn blogtekst 'Ik ben verslaafd aan porno!' heb ik een groter aantal reactie's gekregen van oprecht bezorgde lezers. Van steunbetuigingen en het schilderen van eigen ervaringen tot aan het aanbod om mij te begeleiden – mocht ik daar prijs op stellen – bij het aanmelden in een afkickkliniek.

Om nu te voorkomen dat mensen denken dat ik de hele dag wild masturberend in mijn rolstoel heen en weer rij, van computerbeeldscherm naar smartphone en van tv naar tablet, driftig scrollend door talloze sex-sites om maar een nieuw hoogtepunt te bereiken, volgt een kleine nuance.

De tekst heb ik geschreven om de discussie te openen over de nadelen van gemakkelijke toegankelijke pornografie. Bij mijzelf heb ik vastgesteld – zoals ik in de blogtekst heb aangegeven – dat er na verloop van tijd een gewenning ontstaat, bij het zien van pornografisch materiaal. En dat er tegelijkertijd een behoefte groeit om verder te zoeken, naar meer stimulerend materiaal. En ook dat het niet zo vanzelfsprekend is als het misschien lijkt, om in plaats hiervan de computer uit te zetten. Om bijvoorbeeld een goed boek te gaan lezen.

Want inderdaad: je stelt een verlangen vast wat je wilt invullen. Omdat het 'leuk' is. Of 'lekker'. Of 'spannend'. En hoever ga je om in die behoefte te voorzien? En welke invloeden heeft het op de rest van je leven? Kun je die behoefte nog controleren? Typische verschijnselen van een verslaving dus. Daarbij gaat het ook nog eens om een verslaving die snel en makkelijk – en veelal gratis – is te onderhouden.

Tegelijkertijd heb ik mij afgevraagd hoe het is om vandaag de dag 16, 17, 18 jaar oud te zijn, met de mogelijkheid om je libido oneindig te voeden? Hoe doe je dat, zonder helemaal door te draaien van geiligheid?

Ondertussen ga ik wel proberen om een jaar lang geen enkel pornografisch materiaal te bekijken. Geen filmpjes, geen blaadjes of wat dan ook. Vandaag is dag 3. En ik moet bekennen dat ik het gisteravond toch wel 'vreemd' vond, dat ik niet even kan kijken, of er nog iets leuks is op de door mij bezochte sites. Saai hoor, gewoon de computer uitzetten en helemaal nuchter naar bed. Dus toch een beetje verslaafd.

Wordt vervolgd!

May 16, 2016

Ik ben verslaafd aan porno!

Zojuist heb ik mijn eerste porno-vrije-24-uur achter de rug. Dit in het kader van een zelf opgelegde ontwenningskuur. Ook al beperkt mijn consumptie van sexfilmpjes zich doorgaans tot één of hooguit twee keer per dag, telkens een paar minuten lang. Ter info: in de meeste gevallen blijft het alleen bij kijken. Maar toch. Steeds vaker betrap ik mij erop niets 'leuks' te kunnen vinden, ondanks het enorme aanbod. Terwijl ik blijf zoeken bekruipt mij een onrustig gevoel: wat als ik geen lekker filmpje kan vinden? Moet ik dan de computer zomaar uitzetten? Of iets anders gaan doen? Nee toch!? Ik geloof dat ik verslaafd ben!

In mijn jeugdjaren bleef de beschikbaarheid van pornografie bij zogenaamde sexblaadjes. Ik herinner mij nog hoe ik als tiener in de boekenwinkel stiekem naar de in het plastic verpakte tijdschriften keek. Meestal stonden ze helemaal bovenaan, keurig in een rijtje naast elkaar. Je kon telkens net een stukje van de cover zien. In die tijd kon het bekijken van alleen al een pornografisch fotootje mijn motor aanzwengelen. Nu moet ik eerst minstens een paar minuten bewegende beelden tot mij nemen, voordat er iets gebeurt. De vraag is: kan ik nog zonder? En hoe slecht is het regelmatig nuttigen van pornografie nou eigenlijk?

Miljoenen mannen en vrouwen (!) kijken regelmatig online naar porno. Daaronder meer dan 95% van alle jongens en 80% van alle meisjes in de leeftijd tussen 16 en 20 jaar (onderzoek University of East London). Het is dus heel eenvoudig om jezelf wijs te maken dat er niets aan de hand is. Iedereen doet het! Maar het kan een ware verslaving worden. Volgens psychiater Doidge ('Sex on the brain', 2014) komt dit omdat bij het zien van pornografie, dopamine vrijkomt. Voor een nieuwe dosis dopamine is een telkens sterkere stimulans nodig. Dat verklaart het zoeken naar 'betere' filmpjes.

Tegelijkertijd bestaat het gevaar dat je uiteindelijk het vermogen verliest om je te kunnen inleven in een sexuele relatie met een echt mens. Oftewel: na verloop van tijd zou je alleen nog een orgasme kunnen bereiken, met behulp van geregisseerde pornografie. Dat zorgt voor problemen in de slaapkamer (impotentie). En niet zo'n beetje ook. Want als we het onderzoek van Jill Manning* mogen geloven, is minstens de helft van het aantal echtscheidingen in de USA hieraan te wijten. (*Senate Testimony, November 10, 2005, referencing: J. Dedmon, ''Is the Internet Bad for Your Marriage?'').

Maar ook als je single bent, is je tegoed doen aan online porno niet zonder risico. Volgens een recent onderzoek van het Max Planck instituut in Berlijn kunnen je hersenen krimpen, als je vaak naar porno kijkt! Daarbij gaat het om dat deel van de hersenen (striatum) dat je motiveert om in beweging te komen. Tegelijkertijd wordt het overgebleven deel ook nog eens minder actief, naarmate er meer porno wordt bekeken.

En dan hebben we het nog niet gehad over hoe pornofilmpjes steeds grover worden. Want een schaars geklede man of vrouw doet ons nauwelijks meer iets. Die zien we tegenwoordig ook in de tv reclame voorbijkomen. Of wat te denken van alle tijd die deze hobby opslokt? Of het schuldgevoel wat opduikt, elke keer als je toch weer even stiekem hebt gekeken? Dat laatste schijnt ertoe te leiden dat meer mensen de weg naar God vinden. Dat beweert althans een onderzoek uit 'The Journal of Sex Research' (april 2016).

Voorlopig ben ik van plan om een jaar lang geen porno te kijken. En dan eens zien hoe ik mij voel. Nu moet ik ineens denken aan acteur Thijs Römer die onlangs in een interview met 'Volkskrant Magazin' vertelde dat hij het leven bij vlagen maar allejezus saai vindt, nu hij niet meer drinkt. En hoe hij, na een geplande hiatus van 2 jaar, bang is om zich in aansluiting daarop binnen een week dood te drinken. Hoe zal het mij vergaan, als ik na een jaar onthouding, weer ga kijken?

Zie ook deel II.