Apr 6, 2016

De kruidenier

Mijn dagelijkse boodschappen doe ik een klein winkeltje. In Nederland zou je het een kruidenier noemen. Hier noemt dit een 'alimentari', wat in principe niets meer betekent dan 'voedsel'. Je ziet dit soort winkeltjes nog regelmatig in kleinere Italiaanse steden en dorpen. Ondanks de vaak beperkte oppervlakte van een 'alimentari' kun je er praktisch alles krijgen: van verse groenten en vleeswaren tot aan wc papier. Van appeltaart tot aan afwasmiddel.

De alimentari van Alberto Pasquini en zijn vrouw is zo klein en staat zo vol met alle spullen, dat er maar net vier of vijf klanten bij kunnen. Zoals gezegd kun je er van alles kopen. Maar de keuze per artikel is beperkt: in plaats van twee of drie (of meer) verschillende soorten rauwe ham is er één rauwe ham. Hiervan wordt voor elke klant de gewenste hoeveelheid vers afgesneden. Verder ligt er in de koelvitrine één gekookte ham, één mortadella (een soort boterhammenworst), één salami en één kalkoengebraad. Meer vleeswaren om uit te kiezen zijn er niet. Wel is het allemaal van de beste kwaliteit.

Er is sinaasappelsap, grapefruitsap en vitaminesap, allemaal van hetzelfde merk. Naast gewone joghurt is er alleen aardbeienjoghurt te koop. Wel is er spaghetti in minstens 7 verschillende diktes verkrijgbaar. En er zijn wel tien of meer verschillende soorten wijn en bier. Een kwestie van prioriteiten stellen.

Zaterdag is altijd een beetje een feestdag in 'het kleine winkeltje' zoals ik het liefkozend noem. Want alleen op zaterdag wordt er zelfgemaakte tortelloni met ricotta en lasagna verkocht. Deze pasta specialiteiten worden gemaakt door de zus van Alberto Pasquini, die op zaterdag meehelpt in de winkel. Tenzij zijn zuster weg is (meestal is ze dan naar zee, als ik het goed heb begrepen) of een andere 'impegno' (bezigheid) heeft: dan is er geen huisgemaakte pasta te krijgen. Zo simpel is dat.

Het kleine winkeltje heeft een groot aantal trouwe klanten die allemaal met naam worden begroet. 'Ciao Viktor!', klinkt het als ik door de smalle deur naar binnenrijd. Van trouwe klanten wordt wel verwacht dat ze alles wat ze nodig hebben bij de Pasquini's kopen.

Op zaterdagmiddag is de zaak gesloten. Het kan weleens gebeuren dat tegen het einde van de ochtend er onverhoopt geen brood meer is. Voor de late bezoekers zoals ik, niet handig. Zo keek ik vorige week tegen een lege broodmand aan. De eigenaresse vroeg mij hoe ik dat nu ging doen: een weekend zonder brood! Op zo'n moment zeg ik niet dat ik wel even een brood ga halen in de supermarkt, die vanavond tot 20:00 uur open is. In plaats daarvan zeg ik dat ik dit weekend ook wel overleef zonder brood door bijvoorbeeld een extra grote portie tortelloni te nemen.

Nog niet zo lang geleden stond ik met een andere klant te wachten tot we aan de buurt waren. Deze ietswat oudere, vriendelijke dame fluisterde mij zachtjes toe, dat ze weleens naar de supermarkt gaat voor rundvlees of kip.
'Want dat hebben ze hier niet altijd vers.' sprak ze.
Daarbij keek zij mij aan op een manier die zoveel wilde zeggen als: maar dat blijft wel onder ons.
Ik knikte begripvol.
Daarna bekende ik dat ik ook weleens 'stiekem' naar de supermarkt ga. Maar de naam van de bekende Italiaanse keten durfte ik niet uit te spreken. Stel je voor dat het echtpaar Pasquini het zou horen!

In augustus gaan de Pasquini's op vakantie naar Zuid-Italië. Dan is het kleine winkeltje drie weken dicht. Toen ik een paar geleden voor de eerste keer deze zomersluiting meemaakte, vroeg de eigenaresse aan mij op de laatste dag voor de vakantie, met lichte wanhoop in haar stem: 'Maar waar moet jij nu je boodschappen doen?'

Ik stelde haar gerust door te zeggen dat ik wel 'iets zou regelen met de buren'. Het zou wel goed komen, beloofde ik haar. Toen ik die middag het winkeltje verliet kreeg ik bij het afscheid een 'bacio', een zoen! Ongetwijfeld oprecht gemeend. Maar misschien ook om zeker te stellen dat ik na drie weken zonder eten en drinken te zijn geweest, wel weer terugkom bij de Pasquini's!