Jan 20, 2019

Ik houd zo van mijn plekkie

Over keuzes maken, deuren achter je dicht trekken en schepen verbranden.

Na een nacht slecht te hebben geslapen (was het de volle maan?), staat voor mij op tafel een onlangs gekochte beker met daarin koffie uit een apparaat, dat ik pas een week of wat in huis heb. De tafel zelf is ook nieuw. En dat geldt tevens voor de (Ektorp) bank, die naast me staat. Oh ja, de tv tegenover de bank: nieuw. En het tafeltje waarop de tv staat: de plastic beschermstrips zitten er nog aan.

Niet alleen de spullen om mij heen zijn nieuw. Ook de flat waar ik nog geen twee weken geleden ben ingetrokken: ik ben de eerste bewoner. En dat alles midden in het centrum van Warschau.

Warschau?!

Als vandaag een jaar geleden iemand tegen mij had gezegd: 'Viktor, over een jaar woon en leef jij in Warschau!', dan had ik hooguit verbaasd gekeken. Hoe kom je daar nou bij? Wat moet ik in hemelsnaam in Warschau? En wie gaat er nu vrijwillig vanuit een Italiaans dorp, naar Warschau verhuizen?

Ik, dus.

In het kort: dit jaar word ik 50. En hoewel 50 natuurlijk nog piepjong is: het is toch geen 20. En ook geen 30. En ik zit ook nog eens in een rolstoel. Daarmee bedoel ik: als ik onderweg ben en iemand biedt aan om mij te helpen (lees: te duwen), dan zeg ik meestal: 'Nee, dank je. Dat red ik nog wel. Over tien jaar misschien: dan moet ik worden geduwd.'

Iedereen lachen. Maar hoeveel waarheid schuilt er in die 'grap'? De klok tikt!

Na ruim zeven jaar in een Italiaans dorp te hebben gewoond - en met oog op het feit dat ik binnenkort Abraham zie - bedacht ik mij een jaar of wat geleden: als ik nog een keer terug wil naar een 'big city', moet ik dat nù doen. En om een lang verhaal kort te maken: in maart vorig jaar kwam ik per toeval in Warschau terecht. Een mij tot dan toe onbekende stad, waarbij ik mij niets meer voorstelde dan grauw, grijs - en uit de kraan komt alleen koud water. Naïef!

Warschau is een moderne metropool. Met wolkenkrabbers, grote winkelcentra, een volledig (na de oorlog) gereconstrueerde binnenstad. Alles rolstoeltoegankelijk, want nieuw gebouwd. En nog goedkoop ook, naar Westeuropese maatstaven. Bovendien de stad van Frederic Chopin.

En zoals mijn karakter is: meteen doen. Geen tijd te verliezen. Aldus geschiedde.

In tranen (toch nog niet helemaal emotioneel afgestompt, blijkt maar weer) heb ik afscheid genomen van mijn flat in Pianoro. En van de buurvrouw. We konden niet meer praten. Alleen maar huilen.

En nu zit ik hier. Voor wie Warschau kent, ik woon in de Grzybowska buurt. Overal zijn winkels en restaurants. Het gemeentelijke zwembad is om de hoek. Ideaal. Toch?

Op de een of andere manier ben ik altijd een reizend circus geweest. Nooit heb ik mij echt thuis gevoeld, daar waar ik op dat moment woonde. Altijd gedacht aan 'weg gaan'. Wel is het mij overkomen dat ik met een zekere heimwee kon terugdenken aan een plek, waar ik al of niet lange tijd ervoor, de deur achter mij had dichtgetrokken. Definitief. Ik had de keuze gemaakt om te vertrekken. Mijn schepen achter mij verbrand. Net als nu.

'Ik houd zo van mijn plekkie.' schreef vanochtend iemand op Twitter. Daarbij plaatste ze een video van een met sneeuw bedekte aanlegsteiger en een deel van de tuin. Ziet er niet slecht uit. Maar de liefde voor de plek blijkt toch vooral uit de bijgevoegde tekst.

Als ik naar buiten kijk, zie ik een vrij groot, nog leeg balkon. Nu is het nog te koud. Maar in het voorjaar kan ik zeker een keer naar buiten. Misschien moet ik er een tafeltje neer zetten. Kan ik buiten koffie drinken. Of een bak met planten, waar bloemen aan komen.

Gisteren had ik mijn voormalige buurvrouw nog even aan de telefoon.
'Iedereen hier mist je!', riep ze, met de mij niet onbekende Italiaanse emotie. 'En als je terug wilt komen, is er altijd plek voor je!'

Maar voorlopig blijf ik toch maar even hier. Want zoiets heeft tijd nodig. Tot nu toe ziet het er goed uit. En misschien komt er een dag, waarop ik ineens denk: 'Ik houd zo van mijn plekkie.'